Bilingualism is more than just the sum of two parts

Proefschift
Mariëlle Prevoo (2014),  Bilingualism is more than just the sum of two parts, Universiteit van Leiden.

Over de hele wereld groeien veel kinderen met een migrantenachtergrond tweetalig op, omdat hun etnische of eerste taal verschilt van de meerderheidstaal, hun tweede taal. De etnische taal is belangrijk voor het vormen van een etnische identiteit en voor het communiceren met familieleden (Oh & Fuligni, 2010), terwijl de meerderheidstaal van belang is voor een succesvolle schoolcarrière, omdat dit de taal is waarin de meeste tweetalige kinderen met een migrantenachtergrond onderwijs volgen (Davison, Hammer, & Lawrence, 2011; Verhoeven, 2007). Hoewel tweetaligheid bepaalde cognitieve voordelen kan hebben (Adesope, Lavin, Thompson, & Ungerleider, 2010), presteren veel tweetalige kinderen met een migrantenachtergrond op school slechter dan hun eentalige leeftijdgenoten (e.g. Aud et al., 2012; Fleischman, Hopstock, Pelczar, & Shelley, 2010). Dit wordt mogelijk veroorzaakt doordat ze ten opzichte van hun eentalige leeftijdgenoten een achterstand in taalvaardigheden hebben in de taal waarin het onderwijs wordt gegeven. De sociaaleconomische status (SES) van een gezin, de etnische samenstelling van de buurt en het gebruik van kinderopvang kunnen taalgebruik en –ontwikkeling direct en indirect beïnvloeden. Tweetalige kinderen met een migrantenachtergrond groeien gemiddeld vaker op in gezinnen met een lagere SES, waar de meerderheidstaal minder gebruikt wordt (L. Q. Dixon, Wu, & Daraghmeh, 2012) en geletterde activiteiten in huis minder gangbaar zijn (Hindman & Morrison, 2012). Daarnaast worden bepaalde taalstimulerende activiteiten die gangbaar zijn in West-Europese culturen mogelijk in mindere mate of op een andere manier toegepast in gezinnen met een migrantenachtergrond (Bus, Leseman, & Keultjes, 2000; Scheele, Leseman, & Mayo, 2010). Tweetalige kinderen wonen ook vaker in buurten met hogere percentages niet-westerse immigranten, waar de etnische taal meer wordt gebruikt (Arriagada, 2005). Als kinderen voor het eerst een kinderdagverblijf of peuterspeelzaal bezoeken, gaan ze de meerderheidstaal meer gebruiken (Leseman, 2000). Het patroon van taalgebruik in de thuissituatie kan daardoor ook beïnvloed worden.

De tegenstrijdige bevindingen omtrent de cognitieve voordelen van tweetaligheid en slechtere schoolprestaties van tweetalige kinderen met een migrantenachtergrond roepen vragen op over het belang van taalvaardigheid in beide talen voor de schooluitkomsten van deze kinderen. Daarnaast roepen de eerdere bevindingen over verschillen in taalstimulering in gezinnen met een migrantenachtergrond en de effecten van factoren op gezins- en gemeenschapsniveau op taaluitkomsten vragen op over de samenhang tussen deze contextuele factoren, het taalgebruik binnen de gezinnen en de taalvaardigheid van kinderen. Inzicht in deze factoren en de samenhang ertussen kan belangrijke informatie opleveren over de mogelijke sleutelrol die stimulering van taalvaardigheid kan vervullen in het verkleinen van de achterstand in schoolprestaties van kinderen met een migrantenachtergrond en over hoe ondersteuning van de taalontwikkeling van deze kinderen vormgegeven kan worden en toegespitst kan worden op de specifieke behoeften van deze groep. In dit proefschrift staan daarom de volgende onderzoeksvragen centraal:
1. Hoe sterk zijn de relaties tussen mondelinge taalvaardigheid van tweetalige kinderen met een migrantenachtergrond in zowel de eerste als de tweede taal en de schooluitkomsten beginnende geletterdheid, lezen, spelling, rekenen en schoolprestaties in het algemeen?
2. In hoeverre is de hoeveelheid Nederlands of Turks die moeders gebruiken in de communicatie met hun peuters en de stabiliteit of verandering van dat taalgebruik in de loop van een jaar gerelateerd aan de etnische identiteit van moeder, de start van het gebruik van kinderopvang of de etnische samenstelling van de buurt?
3. In hoeverre wordt het verband tussen SES en woordenschat in zowel Nederlands als Turks gemedieerd door het taal- en leesaanbod in het gezin in elk van beide talen?
4. In hoeverre varieert de relatie tussen Turkse woordenschat en groei in Nederlandse woordenschat onder invloed van de contextuele factoren taalgebruik met anderen en SES van het gezin?

De hele Nederlandse samenvatting van dit proefschrift leest u hier.