Variatie in de Spellingvaardigheid van Kinderen: Voorspellers, Verwerving en Instructie

Proefschrift
Kim A. H. Cordewener  - Variatie in de Spellingvaardigheid van Kinderen: Voorspellers, Verwerving en Instructie, 2014 Radboud Universiteit

Wanneer kinderen vier, vijf of zes jaar oud zijn, maken ze bewust kennis met de wereld van de geschreven taal. In de jaren daarvoor kenden ze geschreven taal van boeken die werden voorgelezen en van letters en woorden die ze zijn tegengekomen in hun dagelijks leven. Vanaf het moment dat kinderen naar de basisschool gaan beginnen ze met het zelf produceren van letters, woorden, zinnen en uiteindelijk verhalen. Een kind zal ontdekken dat elk gesproken woord bestaat uit verschillende klanken, ofwel fonemen, en dat elk foneem gekoppeld kan worden aan een letterteken, ofwel grafeem. Een kind leert bijvoorbeeld dat het woord /stεr/ opgedeeld kan worden in de fonemen /s/, /t/, /ε/ en /r/ en dat deze fonemen gekoppeld kunnen worden aan de grafemen S, T, E en R om zo het woord STER te schrijven. Het woord STER is klankzuiver omdat elk foneem maar gekoppeld kan worden aan één grafeem. Een kind zal echter ook niet-klankzuivere woorden gaan schrijven, zoals KIKKER en BOMEN. Veel van deze niet-klankzuivere woorden kunnen correct geschreven worden wanneer een kind geleerd heeft om fonologische, morfologische en/of orthografische regels toe te passen, wanneer woorden naar analogie met andere woorden worden geschreven of wanneer ze uit het hoofd geleerd worden.

Om te leren bij welke woorden of delen van woorden bepaalde spellingregels of spellingstrategieën gebruikt moeten worden, of om te weten welke woorden uit het hoofd geleerd moeten worden, moeten kinderen actief nadenken over hun spelling. Dit denken en reflecteren over het eigen spellingproces en de vaardigheid om de eigen spelfouten op te merken en te corrigeren wordt spellingbewustzijn genoemd. Uit eerder onderzoek is gebleken dat er veel variatie in de spellingvaardigheden van kinderen kan worden waargenomen. In dit proefschrift is daarom de variatie in spellingvaardigheid onderzocht met betrekking tot de voorspellers van spelling (Deel 1: Hoofdstuk 2), de verwerving van spelling (Deel 2: Hoofdstukken 3 en 4) en spellinginstructie (Deel 3: Hoofdstukken 5, 6 en 7). Het uiteindelijke doel van het onderzoek is om een bijdrage te leveren aan de verbetering van het spellingonderwijs, met als belangrijkste doelgroep de kinderen die moeite hebben met het leren spellen.

De rest van de Nederlandstalige samenvatting van dit proefschrift kunt u hier lezen.