ECEC: hoe verhoudt Nederland zich tot Europa?

De Europese Commissie heeft een schat aan beleidsinformatie gerapporteerd in ‘Key Data on Early Childhood Education and Care’ (2014). Het rapport bevat van 32 Europese landen vergelijkende informatie over a) bereik / deelname van kinderen aan voorzieningen, b) beleid, c) financiering en toegankelijkheid, d) deskundigheidsbevordering van personeel, e) leiderschap, f) ouderbetrokkenheid en h) speciaal beleid voor doelgroepkinderen. Hier een greep uit de bevindingen.

Het blijkt dat maar acht van de landen (waaronder Denemarken, Duitsland, Finland, Zweden, maar ook Malta) jonge kinderen een plek garanderen in voor- en vroegschoolse voorzieningen. Nederland zit daar (nog) niet bij. Deelname aan voor- en vroegschoolse voorzieningen werpt z’n vruchten af. Kinderen die (langer) deelnemen aan voor- en vroegschoolse voorzieningen doen het later beter in het basisonderwijs. Vooral de leesprestaties van kinderen die hebben deelgenomen aan voor- en vroegschoolse voorzieningen zijn hoger.

Leidinggevenden zijn heel belangrijk voor het bieden van een hoge pedagogische kwaliteit. In veel landen krijgen leidinggevenden echter maar weinig specifieke training in  bijvoorbeeld ‘pedagogisch leiderschap’. Doelgroepkinderen zitten minder vaan in voor- en vroegschoolse voorzieningen dan niet-doelgroepkinderen, ondanks financiële steun voor hun ouders.

Deze bron is handig voor beleidsmakers en andere geïnteresseerden die willen weten wat er in Europees verband gebeurt, en hoe de ontwikkelingen in Nederland daar tegen af kunnen worden gezet.