Peuteropvang, voorschoolse educatie en toekomst onderwijs­achterstandenbeleid

15 Oktober 2015

In de afgelopen maanden is er meer bekend geworden over peuteropvang en voorschoolse educatie. Het Rijk trekt volgend jaar meer middelen uit voor het verzorgen van peuteropvang voor kinderen van wie de ouders niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag. Dit zijn de zogeheten éénwerkende of niet-werkende ouders. Daarmee worden twee dagdelen per week peuteropvang mogelijk gemaakt. Per 1 januari 2016 gaat het om 10 miljoen euro, oplopend naar 60 miljoen euro per 1 januari 2017.

Voor het onderwijsachterstandenbeleid komen er op termijn minder middelen beschikbaar voor schoolbesturen primair onderwijs en gemeenten: Volgend jaar ontvangen de schoolbesturen primair onderwijs 10 miljoen euro minder (korting op de gewichtenregeling met 10 miljoen per jaar), oplopend tot 50 miljoen euro in 2020.

In 2016 ontvangen de gemeenten nog het huidige budget. Vanaf 1 januari 2017 wordt er 10 miljoen euro gekort, in 2018 is dit 30 miljoen euro, in 2019 40 miljoen euro en vanaf 2020 structureel 50 miljoen euro. De korting houdt verband met de daling van het aantal leerlingen in het primair onderwijs en de stijging van het opleidingsniveau van de ouders. Het middelenvolume voor het onderwijsachterstandenbeleid van gemeenten wordt hierop gebaseerd.

Het Rijk houdt per 1 januari 2018 de gemeentelijke decentralisatie-uitkering in het kader van de Wet OKE in. Het gaat om een bedrag van 35 miljoen euro. Daarmee, zo stelt het Rijk, worden de extra toeslaguitgaven mogelijk gemaakt. De rijksoverheid maakt namelijk extra kosten door werkende ouders in peuteropvang kinderopvangtoeslag te geven, en gebruikt daarvoor deze korting. Consequentie is dat gemeenten minder middelen krijgen voor het organiseren van voorschoolse educatie.

Nog dit najaar wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over de toekomst van het onderwijsachterstandenbeleid na 2015 en verder. Wat wordt de doelstelling van het beleid? Komt er een nieuwe doelgroepdefinitie? Op basis van welke indicatoren wordt het budget verdeeld? Wie wordt de budgethouder? Blijven dat de schoolbesturen primair onderwijs en gemeenten, of worden de samenwerkingsverbanden Passend onderwijs naar voren geschoven? Wat is budgetvolume van het onderwijsachterstandenbeleid?