1 Versterk het jonge kind

Meespelen: ja of nee?

03 november 2014

‘Je moet peuters tijdens het spelen vooral met rust laten,’ is wat ik als VVE-coach regelmatig van pedagogisch medewerkers hoor, ‘ze leren het meest van elkaar.’ En daar lijken ze soms gelijk in te hebben, als een kind dat net nog duidelijk hoorbaar in gesprek was met een vriendje in de bouwhoek, compleet dichtklapt op het moment dat zijn ‘juf’ erbij komt zitten.  

Maar aan de andere kant schrijft ontwikkelingspsycholoog en pedagoog Elly Singer in haar nieuwste boek Speels, liefdevol en vakkundig dat ‘speels contact met kinderen een prachtig instrument is voor authentiek contact met de kinderen en een manier om hun spel te verrijken.’ Uit onderzoek blijkt dat als pedagogisch medewerkers succesvol meespelen, de kinderen diep betrokken zijn, er een samenhangende verhaallijn in hun spel zit en er sprake is van spontaniteit, improvisatie en creativiteit.

Daarnaast is spel de meest effectieve manier om jonge kinderen iets te leren, en is het zeker op VVE-speelzalen/dagverblijven dus essentieel dat pedagogisch medewerkers regelmatig meespelen. Maar kinderen leken toch net nog het meest van elkáár te leren? Niet per se, zegt Elly Singer. Ook als pedagogisch medewerker kun je tijdens een spelactiviteit een rijke leersituatie creëren. Je moet alleen goed weten hoe, want makkelijk is het niet.

De reden dat jonge kinderen soms onderling actiever, praatgrager en onderzoekender zijn dan wanneer er een volwassene aanschuift, is hun min of meer gelijke machtspositie. Ze weten allemaal ongeveer evenveel, kunnen evenveel en daardoor is niemand ‘de baas’.

Maar tussen pedagogisch medewerkers en kinderen zit wél een verschil in macht. Jonge kinderen zijn geneigd zich tot hen te richten en meer af te wachten. En dat is tijdens vrij spel of speelleren nu juist niet de bedoeling! We willen kinderen immers uitdagen en zelf aan het denken zetten. Daar leren ze het meest van.

Daarom moeten pedagogisch medewerkers tijdens het spelen de machtsongelijkheid tussen henzelf en de kinderen zien te overbruggen. En dat betekent volgens Singer: improviseren. Kinderen jonger dan 4 jaar die samenspelen, volgen elk hun eigen impulsen. Ze hebben geen vooropgezet plan of doel, maar staan simpelweg open voor hun omgeving en reageren daar spontaan op.

Om succesvol mee te spelen moeten volwassenen in dezelfde improviserende stijl meedoen en zich houden aan de ‘ja-en-regel’: altijd accepteren wat een kind zegt of doet, daarop voortborduren en zo het spel verder ontwikkelen. Openstaan voor wat de kinderen inbrengen dus, en niet uitgaan van je eigen plannen met een spel.

Dit lijkt in strijd met educatieve activiteiten, omdat de pedagogisch medewerker dan wél een vooropgezet plan heeft. Maar ook dan is het mogelijk om improvisatie toe te laten. Doe niet alsof jij als volwassene alles weet, maar geef kinderen de ruimte om zelf te ontdekken. Stel open vragen, kijk waar de kinderen mee komen en ga met ze in discussie. Vermijd gesloten vragen en aanwijzingen, maar verwonder je samen met de kinderen over wat er allemaal gebeurt.

Kind zijn met de kinderen, daar komt het eigenlijk op neer. Want zoals kinderboekenschrijver Guus Kuijer ooit zei: ‘Wij leven allemaal voor het eerst en weten niet hoe dat moet.’

 

Marijn Klok studeerde Sociaal Pedagogische Hulpverlening aan de Hogeschool Leiden (2001-2005) en vervolgens Nederlandse Taal & Cultuur aan de Universiteit Leiden. In 2010 is zij daar afgestudeerd op het gebied van jeugdliteratuur. In 2009 ging ze aan het werk als pedagogisch medewerker VVE bij een peuterspeelzaalorganisatie, waar ze inmiddels VVE-coach is. Daarnaast schrijft ze freelance allerlei teksten voor diverse organisaties die zich bezighouden met jeugdzorg, welzijn, opvoeding en onderwijs.
Wilt u meer weten, neem dan contact op met Marijn Klok: klok@splopvang.nl

Blogger: